Haar man Albert gaat overal met haar mee naartoe en doet zoveel voor haar. Juist daardoor voelt Esther zich soms schuldig. Ze wil hem niet belasten, maar heeft hem en de mensen om haar heen tegelijk heel hard nodig. En soms wil ze gewoon alles zelf doen. Esther vertelt hoe ze leerde zeggen wat ze nodig heeft, en waarom ze niet meer voor een ander wil denken of voelen.
Esther: “Op het moment dat bleek dat de kanker helemaal was uitgezaaid, schoten we eerst in de regelstand van levenstestamenten, euthanasieverklaringen en videoboodschappen maken. Maar na anderhalf jaar levensverlengende chemotherapie bleef mijn situatie stabiel. Ik heb nu al drie jaar geen behandelingen meer, maar ik voel me goed. Ik kan nog leuke dingen doen, afspreken met vriendinnen of lekker naar het museum gaan.
Verdriet om wie achterblijft
Ik had niet zozeer het gevoel dat ik die chemo’s niet aankon. Daar ging ik heel onbevangen in. Mijn verdriet zit vooral in het idee dat ik mijn man Albert en mijn (klein)kinderen moet achterlaten. Hoe ga ik m’n kleinkinderen uitleggen dat ze oma straks moeten missen? Hoe ik daarmee om moest gaan, daar had ik geen antwoord op.
‘Mijn man en ik zijn een open boek’
Mijn man en ik zijn een open boek en zeggen alles tegen elkaar. Maar juist door onze achtergrond in de psychologie beseften we ook hoe waardevol het is om met iemand anders te kunnen praten. Dit was het moment dat ik voelde dat ik een buitenstaander nodig had. Iemand die niet zelf ook het verdriet van dichtbij hoeft te dragen.
Iemand die echt vraagt hoe je het beleeft
Hoe ga ik ermee om dat ik nog twee, nog drie of vijf maanden te leven heb, maar dat niemand precies weet hoe lang het zal duren? Het is fijn als je dan iemand hebt die echt vraagt hoe je dat beleeft, los van gesprekken over wat je praktisch moet regelen en hoe het gaat met je medicijnen.
‘Doodgaan is te doen’ Dat is een zin waar ik me aan vasthoud
De hulp om daarmee om te gaan heb ik gevonden in de vorm van een palliatief verpleegkundige die het hele traject met mij en mijn gezin doorloopt. Zij zei onder andere eens: ‘Doodgaan is te doen.’ Dat is een zin die ik regelmatig tegen mezelf zeg en waar ik me maar aan vasthoud.
Niet voor een ander denken of voelen
Elk rimpeltje in het contact met mensen komt wel harder binnen nu. Toen mijn kleinkind een keer ineens ‘stomme oma’ riep, kon ik daarom huilen. Of als ik zie dat Albert overloopt, kan ik dat soms moeilijk verdragen. Hij doet zoveel voor mij, gaat overal mee naartoe. Dan vind ik het zo belastend voor hem en voel ik me schuldig dat ik de oorzaak ben van zijn stress.
Toch heb ik inmiddels geleerd dat ik niet voor een ander moet denken of voelen. Dat ook Albert zelf kan aangeven wanneer het hem te veel is en er meer hulp moet komen.
Geen ruis op de lijn
Voor anderen is het soms ook ingewikkeld om ermee om te gaan. Daarom heb ik meteen in het begin tegen iedereen gezegd: ‘Als je wilt weten hoe het met me gaat, mag je dat altijd vragen. Als ik er op dat moment geen behoefte aan heb, zal ik dat wel zeggen.’ Dan krijgen we nooit ruis op de lijn. Ik vind het zonde om daar in deze fase van mijn leven energie aan te verspillen. Toch merk ik wel dat sommigen geen contact durven op te nemen. Ik ben daar niet per se over teleurgesteld. Het is gewoon hoe het gaat in het leven.
Nabijheid én zelfstandigheid
Voor mijzelf is het soms ook een uitdaging om te zeggen wat ik nodig heb, terwijl ik tegelijk de nabijheid van andere mensen heel hard nodig heb. In het begin wilde Albert weleens iets voor mij doen, om vervolgens van mij te horen dat ik nog niet in m’n kist lig.
‘Ongelooflijk pissig kon ik worden. Ik wilde alles zelf kunnen’
Ongelooflijk pissig kon ik dan worden. Ik wilde gewoon alles zelf kunnen. Gelukkig houden we ook van grappen maken. Je hoeft dingen niet weg te lachen, maar je moet er wel soms óm kunnen lachen.
‘Ik hoef me niet meer te verantwoorden voor een nuttig leven’
Natuurlijk is het hele traject soms wel een mentale uitputting. Iedere verjaardag denk ik dat het ook weleens de laatste kan zijn. Het is nooit uit m’n hoofd. Het maakt ook dat we alleen nog tijd besteden aan dingen die ons ook iets opleveren. Dat hoeft niet per se iets nuttigs te zijn; soms is het een spelletje Wordfeud. Ik hoef me niet meer te verantwoorden voor een nuttig leven. En met de kleinkinderen vergeet ik echt alles, ook als ik me rot voel. Voor mij is dat de beste pleister die er is.”
Het is eerder verschenen in Pal voor u-magazine/gids Als thuis blijven niet meer vanzelf gaat.
De gids is hier verkrijgbaar >>>
Over Esther
Esther was psychotherapeut. Bijna vijf jaar geleden hoorde ze dat ze borstkanker heeft die op veel plekken is uitgezaaid. Na anderhalf jaar levensverlengende chemotherapie bleef haar situatie stabiel. Ze heeft nu al drie jaar geen behandeling meer en voelt zich goed.
Tekst: Jessica Nell
Beeld: Magnific
