Blog: Haar man kan niet accepteren dat zij ziek is

De vrouw is klein, mager en zwak, maar mentaal nog sterk. Dat laatste straalt ze helemaal uit. Door een galblaastumor met uitzaaiingen in haar onderbeen en buikvlies is het goed mis.

Ze wordt bij ons opgenomen met een verstopping en buikpijn. Er is een operatie nodig voor een darmstoma. Tijdens haar opname op de afdeling heb ik regelmatig de zorg voor haar. Door de pijn slaapt ze slecht. Morfinetabletten helpen niet meer en uiteindelijk is een morfinepompje voor even de oplossing. Het stoma loopt nauwelijks en door het heftige braken moeten we een maagsonde inbrengen om een longontsteking te voorkomen. Ze ziet daar erg tegen op.

Ik ga bij haar op bed zitten, pak haar hand en leg nog een keer duidelijk uit wat de consequenties zijn als ze dit niet doet. Uiteindelijk stemt ze in: “Doe jij het dan maar.” Dat doe ik. Stap voor stap leg ik uit wat ik ga doen en dan zit het slangetje erin. Ze kokhalst, heeft tranen in haar ogen, wil het eruit hebben. Ik doe wat ademhalingsoefeningen met haar, totdat ze merkt dat het beter voelt en de sonde opluchting geeft. Eten lukt niet meer, dat moet via een infuus.

‘Wat zou ik hem graag bij zijn lurven pakken’

We verhuizen mevrouw naar een éénpersoonskamer. Ze zit er compleet doorheen en is emotioneel. Ze mist haar man enorm. Haar man, die niet kan accepteren dat zij ziek is en die haar niet komt opzoeken. Wat zou ik hem graag bij zijn lurven pakken en door elkaar schudden. En tegen hem zeggen: ”Sukkel, ze heeft je nodig!”  “Het heeft geen zin”, zegt ze. “Hij komt echt niet. Hij kan het niet aan.” Ze blijft er wel op hopen. Haar angst is voelbaar. Ik ga af en toe even naast haar zitten, leg dan een hand op haar schouder en geef haar een bemoedigende glimlach. Soms loop ik langs haar kamerdeur en in de deuropening vraag ik alleen maar “Gaat het?” Ze heeft iets vertederends.

Ik zie haar slechter worden. Ze oppert de wens om de zee nog één keer te zien. Meteen denk ik aan de wensambulance. “Heel lief”, reageert ze, “maar ik zie het niet zitten. Ik wil alleen maar geen pijn hebben en rust.” Ze weet niet wat ze moet doen en vraagt het aan mij. “Waar moet ik heen, Margot? Wat is wijsheid? Ik kan niet naar huis, hoe graag ik ook zou willen. Naar mijn vriendin zou kunnen, maar ik wil haar niet belasten.” Ik vraag haar of ze aan een hospice heeft gedacht. Omdat ze niet weet wat dat is, pak ik de laptop. We bekijken samen de website van een net nieuw geopend hospice in de buurt van haar woonplaats. Even later hoor ik dat ze haar man belt. “Ik ga naar een hospice. Dan kun jij ook bij me komen”, zegt ze. Kippenvel.

Bij het afscheid rollen de tranen over mijn wangen. Ze voelde zich in CWZ begrepen en gezien als mens, zegt ze. Wat een compliment. Op de afdeling arriveert een paar dagen later een kaartje van haar voor de physician assistant, de rechterhand van de medisch specialiste met wie ze zo’n goede band had. Ze schrijft dat ze rust heeft en dat het fijn is in het hospice. “Tot ziens, waar dat ook mag zijn”, zijn haar laatste woorden op de kaart.

Gastblogger Margot van Ark-Franken (54) werkt 36 jaar in de zorg, waarvan ruim 26 jaar in het CWZ in Nijmegen. Als oncologieverpleegkundige is ze afwisselend te vinden op de gastro enterologisch oncochirurgische afdeling (aandachtsgebied palliatieve zorg), de GIO (gastro intestinale oncologische) poli en de algemeen heelkunde polikliniek.

Meer lezen?
Op het CWZ-intranet blogt Margot over haar praktijkervaringen. Je kunt haar blogs ook lezen op Facebook en op Twitter.

Wil je meer weten over palliatieve zorg?

Lees hier wat uitbehandeld en palliatieve zorg met elkaar te maken hebben.