Palliatieve sedatie en euthanasie: wat zijn de verschillen?

Palliatieve sedatie en euthanasie worden vaak in één adem genoemd. Dat wekt de suggestie dat het ongeveer om hetzelfde gaat, maar palliatieve sedatie en euthanasie zijn niet hetzelfde.

Dit zijn de belangrijkste verschillen tussen palliatieve sedatie en euthanasie:

– Om euthanasie kan de patiënt verzoeken. Palliatieve sedatie is een behandeling die meestal door de arts wordt voorgesteld. Dit gebeurt veelal in samenspraak met verpleegkundigen, naasten en – indien mogelijk – de patiënt.

– Euthanasie kent een abrupte dood, palliatieve sedatie een geleidelijke.

– Bij euthanasie is er zekerheid over het moment van overlijden, bij sedatie niet.

– Euthanasie kan worden toegepast op een moment dat het natuurlijke sterven nog weken, maanden of jaren op zich zou laten wachten. Palliatieve sedatie is uitsluitend bedoeld voor de laatste twee weken van de stervensfase.

– Voor artsen is het grootste verschil dat er twee andere doelen van de behandeling zijn. Bij euthanasie gaat het om daadwerkelijke levensbeëindiging. Bij sedatie om verlichting van één of meer symptomen.

Ook wat de procedure betreft zijn er belangrijke verschillen:

– De arts moet euthanasie melden bij en laten toetsen door een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. Bij sedatie bestaat die verplichting niet.

– Bij de uitvoering van euthanasie is een tweede arts betrokken. Deze tweede arts moet de patiënt ook zien en spreken. Bij sedatie bestaat deze verplichting niet.

Meer informatie over  palliatieve sedatie en euthanasie vind je in het themaboekje ‘Wat als je je leven verliest?’

 

 

 

Tekst: Rob Bruntink