Regelingen palliatieve zorg: waar kun je terecht?

Sinds dit jaar zijn veel regelingen palliatieve zorg veranderd. Zo behoren thuiszorg, wijkverpleging, huishoudelijke hulp en mantelzorgondersteuning voortaan tot het verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraar en gemeente.

Tot eind 2014 vergoedde de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) de langdurige zorg voor ouderen, gehandicapten en chronische zieken. Deze volksverzekering betaalde bijvoorbeeld de wijkverpleging en thuiszorg voor ongeneeslijk zieke mensen, maar ook het verblijf in een verpleeghuis of hospice. Sinds 2015 is de AWBZ opgeheven.

Ongeneeslijk zieke mensen krijgen nu te maken met deze regelingen palliatieve zorg:

  • Zorgverzekeringswet (Zvw)

Palliatieve zorg valt voortaan onder de basisverzekering van de  Zorgverzekeringswet, je eigen zorgverzekeraar dus. Dat geldt ook voor de wijkverpleging en thuiszorg. De zorgverzekeraar dekt de standaardzorg van bijvoorbeeld de huisarts, het ziekenhuis of de apotheek. Ook verzorging en verpleging thuis, zoals hulp bij het toedienen van medicijnen of bij het douchen, valt hieronder. De wijkverpleegkundige vervult een centrale rol in de thuiszorg. Ze stelt de indicatie en regelt dat de zorg wordt geleverd.

  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

De Wmo is een taak van de gemeente. De Wmo (de gemeente dus) regelt de ondersteuning thuis. Het gaat om taken die geen medisch karakter hebben, zoals huishoudelijke hulp en dagbesteding. De Wmo biedt ook ondersteuning aan mantelzorgers.

  • Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wlz regelt de 24-uurs zorg voor de meest kwetsbaren, bijvoorbeeld ouderen met zware (vergevorderde) dementie. De zorg kan in een instelling worden geleverd, maar ook thuis. Om voor Wlz-zorg in aanmerking te komen, heb je een indicatie van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) nodig, zie www.ciz.nl.