Psychotherapeut Christien de Jong over angst

 ‘Een normale reactie op een abnormale situatie’

“Mensen met een ongeneeslijke ziekte die géén angst voelen, kom je maar zelden tegen”, zegt psychotherapeut en trainer Christien de Jong. Ze helpt patiënten, naasten en zorgverleners ermee om te gaan en is onder de indruk van de menselijke veerkracht die ze vaak tegenkomt.

Psychotherapeut Christien de Jong begeleidt veel mensen met een ongeneeslijke ziekte, voornamelijk kankerpatiënten, en hun partners en naasten. De Jong helpt hen om te gaan met de heftige emoties die de kop opsteken in de onzekere periode van leven tussen hoop en vrees: hoop dat de ziekte stabiel blijft en tegelijkertijd de angst voor tegenslagen, zoals een slechte uitslag. Haar ervaring is dat angst nooit losstaat van hoop. “Angst en hoop zijn twee kanten van dezelfde medaille. Alleen is bij mensen die bang zijn de hoop niet zo zichtbaar”, zegt de psychotherapeut.

Ook de partner heeft last van angstgevoelens. Het komt voor dat hij wordt bevangen door angst, terwijl de patiënt zelf juist heel optimistisch de situatie probeert te bekijken. Of juist andersom.

De Jong geeft een voorbeeld uit haar praktijk: “Ik begeleidde een stel, waarvan de vrouw slokdarmkanker had. Al sinds de diagnose kende haar lichamelijke conditie goede en slechte periodes. In een van die goede periodes wilde ze graag op vakantie. Haar man zag dat niet zitten. Hij was bang dat het elk moment weer mis kon gaan, omdat ze net een slechte periode achter de rug hadden. Hij durfde juist niet ver van huis te gaan. Samen belandden ze in een gespannen situatie. Hun uitdaging was om te leren leven met beide uitersten: hoop hebben op een mooie tijd én aandacht geven aan de angst dat er complicaties kunnen komen. Ze bedachten samen het compromis om naar Drenthe op vakantie te gaan. Zo kwamen ze haar tegemoet om eruit te kunnen om dingen te ondernemen en even de zorgen te vergeten en er was aandacht voor zijn bezorgdheid.”

Heftige reactie

Mensen met een ongeneeslijke ziekte zijn vaak bang de controle te verliezen. Ze vrezen nare bijwerkingen of gevolgen van de ziekte, bijvoorbeeld pijn of benauwdheid, hen boven het hoofd groeien. Ook zijn ze bang, omdat ze zich niet (meer) in goede handen voelen.

‘Mensen met een ongeneeslijke ziekte zijn vaak bang de controle te verliezen, ze vrezen nare bijwerkingen of voelen zich niet in goede handen’

De Jong: “Ik heb eens een man begeleid, laten we hem Kees noemen, die al zijn hele leven veel waarde hechtte aan ‘zelf doen’ en ‘zelf beslissen’. Door zijn ziekte kwam er een moment waarop hij sommige taken aan mensen uit de zorg moest overlaten, zoals zichzelf wassen en voor medicijnen zorgen. Op een dag werd hij kwaad op een al te kordate verpleegkundige, die hem kwam verzorgen. Zijn heftige reactie overviel haar en er ontstond een akelige discussie. Door Kees voortaan te betrekken bij de beslissingen over zijn verzorging herstelde zijn vertrouwen in het behandelteam.”

Accepteren

Behalve psychotherapeut is De Jong ook trainer en trekt ze het land in om bij mensen uit de zorg aandacht te vragen voor angst en andere emoties die samenhangen met het naderende einde. Hoe gaan zij om met de angst en zorgen van patiënten en naasten? Hoe kunnen ze hierover met hen communiceren? Samen met Leo Gualthérie van Weezel, voormalig psychiater bij het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, ontwikkelde ze ‘schokbrekers’ oftewel vaardigheden voor huisartsen, verpleegkundig specialisten en andere zorgverleners waarmee ze patiënten en naasten kunnen helpen greep te krijgen op de situatie. De Jong: “Zo laat ik zien hoe ze hun patiënten kunnen helpen hun gedachten en gevoelens te ordenen. Mensen die bang zijn hebben meer moeite om situaties helder in te schatten. Als ze even de hulp van een ander in kunnen roepen, kunnen ze dat weer herstellen.”

Ook laat De Jong mensen uit de zorg zien hoe ze patiënten en naasten kunnen helpen met het accepteren van hun angst. “Angst is veelal een logische, normale reactie op een abnormale situatie. Een levensbedreigende ziekte is zo’n abnormale situatie. Mensen die na het horen van zo’n boodschap géén angst voelen, kom je maar zelden tegen”, is De Jongs stellige indruk. Hoe mensen dat vervolgens wel of niet uiten is heel persoonlijk. “Voor mensen die gemakkelijker kunnen loslaten is een levensbedreigende ziekte niet minder erg, maar ze gaan over het algemeen wat flexibeler om met de ervaringen die ze tijdens het ziekteproces meemaken.”

Menselijke veerkracht

De Jong is onder de indruk van de indrukwekkende menselijke veerkracht die ze vaak tegenkomt. Door waardering uit te spreken over de manier waarop mensen de ziekte het hoofd bieden, wordt die veerkracht benoemd. En dat geeft hen ook het vertrouwen om met een nieuwe tegenslag om te gaan. “Neem Kees, die ik eerder als voorbeeld heb genoemd. Hij had zich goed door de kuren en bijkomende complicaties hiervan heengeslagen. Toen ik tegen hem zei dat ik dat heel bijzonder vond, deed hem dat zichtbaar goed.

‘Als hoop op genezing een gepasseerd station is, richten mensen hoop meer op andere zaken, zoals hoop op een goede kwaliteit van leven, een waardige tijd of verbondenheid met dierbaren’

Zorgverleners kunnen hun patiënten en naasten helpen woorden te vinden voor hun emoties en deze te vertalen in een wens voor de toekomst. Wat is nog belangrijk voor je? Waar kijk je nog naar uit? Dat vraagt De Jong aan haar cliënten om zicht te krijgen op hun hoop. Daar zijn meestal nog wel antwoorden op, hoe slecht het ook lijkt te gaan. “Hoop verdwijnt nooit is mijn ervaring, al verschuift de focus wel. Als hoop op genezing een gepasseerd station is, richten mensen hun hoop meer op andere zaken, zoals hoop op een goede kwaliteit van leven, een waardige tijd of verbondenheid met dierbaren.”


Christien de Jong

Christien de Jong (1965) werkt als psychotherapeut zowel in haar eigen praktijk als bij het Amsterdams Instituut voor Gezins- en Relatietherapie. Daarnaast is zij trainer op het gebied van de psychosociale oncologie, het vakgebied dat zich specifiek richt op de psychosociale problemen van mensen met kanker.


Hoe ziet angst eruit?

Angst kan zich op diversen manieren uiten. De ene persoon trekt zich terug en toont het in stilte, de ander uit het door kwaad te zijn op alles en iedereen. Niet benoemde angst kan daaronder zitten. In taal kunnen mensen angst op allerlei manieren benoemen:

  • Ik ben bezorgd dat …
  • Ik ben gespannen over…
  • Ik ben zenuwachtig over…
  • Ik ben bang voor…
  • Ik ben geschrokken van…
  • Ik vind het eng dat…
  • Ik zie er tegen op om…

In het lichaam kan de angst zich laten zien door bijvoorbeeld vermoeidheid, (spier)spanning, transpireren, hartkloppingen, benauwdheid, duizeligheid, diarree, droge mond, slaapproblemen. Deze uitingsvormen kunnen natuurlijk ook op andere zaken duiden of vanuit de ziekte of door een behandeling ontstaan.


 Wat helpt?

Drie tips van Christien de Jong

  • Angst hoort erbij, veeg het niet onder het tapijt. Spreek met jezelf af hoe lang je ermee mag rondlopen voordat je naar de (huis)arts of verpleegkundig specialist gaat, bijvoorbeeld drie of vier dagen.
  • Focus op je kracht en dat wat nog kan. Dat helpt om het verlies dat er ook is door de ziekte, beter te kunnen verdragen.
  • Je bent niet je angst maar je hebt last van angstgedachten. Mindfulness helpt je om afstand te nemen van angst. Lees hier 8 tips voor mindfulness bij kanker.

Dit artikel is eerder verschenen in het magazine Pal voor u 6.

Tekst: Annemarie van Bergen en Rob Bruntink