‘Mijn man wil niet praten’

De man van Josien is uitbehandeld. Hij wil er niet met haar over praten en daar heeft zij het moeilijk mee. In een telefonisch gesprek met een psychologe vraagt ze om advies.

“Mijn man is net opgegeven. Hij heeft longkanker, hij heeft een operatie en chemotherapie gehad, maar daar is hij niet van genezen. Nu kunnen ze verder niets meer voor hem doen, zeiden ze in het ziekenhuis. Niet genezen althans. Wat ik nu zo naar vind, is dat hij daar helemaal niets over zegt. Hij doet net alsof hij een griepje heeft, en alsof hij nog gewoon een hele tijd kan doorleven. Terwijl de dokters mij hebben gezegd dat ik nu eerder in maanden dan in weken moet denken. Ik maak me hartstikke zorgen.”

“Ik wil van hem weten hoe hij zich voelt, hoe het nu verder moet.”

 “Waarover maakt u zich op dit moment vooral zorgen?”
“Om zoveel dingen. Maar vooral over dat hij er niets over zegt. Als je te horen krijgt dat je niet meer te genezen bent, dan dóet dat toch wat met je? Maar hij zwijgt erover. Daar kan ik niet tegen. Ik wil van hem weten hoe hij zich voelt, hoe het nu verder moet, hoe hij afscheid van mij en onze kinderen wil nemen, dat soort dingen…”

 “Wanneer hebben jullie in het ziekenhuis te horen gekregen dat hij niet meer zal genezen?”
“Eergisteren.”

“Kunt u zelf uw verhaal kwijt, los van nu?”

“Ja, bij een goede vriendin, maar ik kon haar nu niet bereiken en ik zat ermee. Daarom belde ik de Luisterlijn.”

 “Kunt u los van deze situatie goed met hem praten?”
“Nou, het is wel een binnenvetter, maar meestal komt er wel wat uit als je maar lang genoeg probeert.”

“Te horen krijgen dat je niet meer beter wordt, is meestal een flinke klap. Zelfs de meest praatgrage mensen kunnen erdoor van slag zijn. Misschien kunt u hem wat tijd geven?”
“Ja, dat kan ik proberen. Maar als hij er dan nog steeds niet over wilt praten?”

“Misschien helpt het als u hem voorlegt hoe moeilijk ú het daarmee heeft. Maar dat is mogelijk niet meer nodig als u hem eerst even de tijd geeft.”
“Ja, zo moet ik het maar zien. Ik zit er zo vol mee, dan wil ik meteen spuien. Hij zit heel anders in elkaar.”