Verteld: Hij mag een weekje blijven (3)

De dochters brengen samen hun vader weg naar het verpleeghuis, want hun moeder kan dit niet aan.

Er moet een goed moment gekozen worden om hem mee te krijgen. Zo komt het dat hij, nog in zijn pyjama en ongewassen, meegaat naar het verpleeghuis. In gesprek met de verzorgenden van het huis wordt Hanna door twijfel overvallen, als ze hoort hoe haar vader ineens in duidelijke zinnen praat. Iets wat hij allang niet meer kan. Daar zit haar vader, in zijn pyjama, zinnen te produceren. Ze krijgt de neiging om hem zo weer mee te nemen. De verzorgende ziet wat er gaande is en nodigt Hanna’s vader uit: ‘Wilt u bij ons blijven?’ Met een zekere rust in haar stem vertelt ze hem dat hij een weekje mag blijven. Dat vindt vader wel wat lang, dus ze stelt hem meteen gerust: ‘U mag ook eerst één nacht blijven.’ Ze vraagt: ‘Gaat u mee?’ en dat doet Hanna’s vader.

Hanna: “Het was voor Inge en mij een schok, dat papa zomaar meeliep, maar tegelijkertijd voelden we beiden dat het goed was. Drie dagen later, toen we hem weer mochten bezoeken, zagen we inderdaad dat het goed was. Papa zat er fris gewassen en weer aangekleed bij. Al hadden we soms in het begin toch nog wat last van dat dubbele gevoel. We wisten dat dit de weg moest zijn, maar papa in het verpleeghuis… Wie had dat gedacht?”

Initiatief
Hanna’s vader woont twee jaar in het verpleeghuis. Net als de andere bewoners heeft hij een eigen kamer. Er is ruimte voor zijn eigen spulletjes, zoals een stoel en een kastje. Ook het schilderij dat zijn vader ooit heeft geschilderd is belangrijk voor hem. Vader zit vaak in de huiskamer, al dwaalt hij ook regelmatig door de gangen van het huis of kun je hem terugvinden in een van de andere huiskamers. In het huis is dat geen probleem. Zo hebben de bewoners toch nog gelegenheid om zelf enig initiatief te ontplooien.

Hanna: “Omdat mijn vader last kreeg van toenemende onrust, was het goed voor hem om nog zelf wat te mogen doen. Hij was vroeger ook altijd in de weer geweest om het voor ons zo prettig mogelijk te maken. Zijn hele leven was hij zorgzaam. Daarom wilde hij ook in het verpleeghuis altijd zorgen voor de zusters en artsen. Hij hielp met afwassen en van alles wat hij verder vond om te doen.”

‘Ik probeerde aan te schuiven in de wereld van mijn vader’

Ritueel
Zijn vrouw en kinderen vinden het contact met hun vader en echtgenoot steeds moeilijker. Als Hanna op bezoek komt, tast ze eerst af waar haar vader in zijn gedachten is. Haar bezoek verloopt als het ware als een ritueel met vaste elementen.

Hanna: “Eerst zocht ik mijn vader, omdat hij dus niet altijd op een vaste plek zat. Als ik hem had gevonden, begroette ik hem. Dan gingen we samen koffie drinken in de huiskamer. Ik had altijd iets lekkers bij me en probeerde dan te peilen hoe het met papa was. Was hij in Breda, waar hij zolang had gewoond, of was hij in Bloemendaal waar hij als kind woonde? Zo probeerde ik aan te schuiven in de wereld van mijn vader.”

Door dit ritueel merkt ze dat het mogelijk is min of meer contact met haar vader te blijven houden. In ieder geval leert Hanna dat ze zich niet moet verzetten tegen wat haar vader op dat moment beleeft. Ze vindt het belangrijk om dit te vertellen en hoopt dat anderen in gelijksoortige situaties iets hebben aan haar ervaring.

Hanna: “Ik ging mee in de belevenissen van papa en zijn broers in de duinen in Bloemendaal. Een andere keer ging ik mee in zijn wereld van de oorlog. Papa maande me dan om stil te zijn, omdat een andere bewoner, die in zijn ogen ‘fout’ was, meeluisterde. Soms was hij in het hier en nu. Voor mijn vader was de wereld van de oorlog een heel ingrijpende en het was verschrikkelijk dat hij daar regelmatig weer in teruggeworpen werd. Voor mij was de wereld van het hier en nu moeilijk, omdat contact maken in die wereld het meest lastig was.”

Verder lezen?  Het is een hartverscheurende situatie (4)

Dit is deel 3 van het vervolgverhaal over de ervaringen van mantelzorger Hanna van Veenendaal, verteld door Joke Werner van praktijk ZinInZicht.  (Lees hier het begin)
Als geestelijk verzorger van een verpleeghuis bezoekt Joke jarenlang de bewoners. Ze ontmoet ook hun partner, zoon, zuster of dochter. Het valt haar op hoe deze mantelzorgers vol liefde hun naaste verzorgen. Joke ziet dat ze geplaagd worden door schuld en schaamte, omdat ze de zorg thuis niet meer aankonden. Ze besluit hun ervaringen op te schrijven en te delen, zodat er meer begrip en herkenning komt voor de vier miljoen mantelzorgers die ons land telt.