Verteld: Het blijft een moeilijke periode (slot)

Ontroerd vertelt Hanna over het allerlaatste stukje van haar vaders leven.

Hanna: “Het verpleeghuis belde dat het niet goed ging met papa en dat het verstandig was om te komen. We gingen direct met z’n drieën naar het verpleeghuis. We voelden ons goed bij elkaar, maar we waren ook erg verdrietig. Allerlei tegenstrijdige gevoelens meldden zich door elkaar, zoals dat het goed was, dat papa ging inslapen en dat er een einde aan het lijden kwam. Maar ook was er dat gevoel was spijt, dat dit niet thuis kon gebeuren op het zo vertrouwde plekje. Ook herinnerden we ons dat papa zo graag oud had willen worden, maar dan natuurlijk wel met een helder brein.

Tijdens het langzaam wegglijden van papa voelde ik als het ware: ‘Nu moet het van mij komen, want papa kan het niet meer’. Het was een overweldigend gevoel en ik moest mezelf echt in de hand houden. Op de momenten dat zijn adem stokte, riep ik als het ware tegen mijn vader: ‘Hup ademen. Kom, ik kan je nog niet missen’. Maar tegelijk wist ik ook: ‘En nu moet jij’. Toen papa was overleden, hielp ik mee hem te wassen en aan te kleden. Ik gaf hem een kus en heb hem beloofd dat ik voor mama zou zorgen.”

Heilige plek
Zo komt uiteindelijk naast het verdriet ook de rust dat dit het beste is.

Hanna: “Na de crematie is de as van papa verstrooid bij het crematorium. Het voelt als een heilige plek voor mij. Ik ga er nog regelmatig heen en krijg dan vaak het gevoel weer even kind te zijn. Ik mis hem en denk nog elke dag aan hem. Ook ga ik steeds meer doorgronden wat hij ons, zijn kinderen, heeft meegegeven in de opvoeding. Daarbij ben ik ook mijn moeder steeds beter gaan begrijpen. Eigen initiatief is er niet gekomen, ook niet nu ze in een andere omgeving woont. Wij, haar dochters hebben de rol overgenomen van papa en bedenken wat goed voor haar is. Ik denk dat het ook niet anders zou kunnen.”

Nu moet het van mij komen, want papa kan het niet meer’

Hanna’s moeder is langzamerhand in harmonie gekomen, al blijft het voor haar een moeilijke periode om aan terug te denken. Tijdens het verblijf van haar man in het verpleeghuis wil ze niet verhuizen naar een verzorgingsflat, want altijd blijft op de achtergrond de gedachte, of liever gezegd de wens, dat haar man misschien weer thuis komt. Na zijn overlijden kan ze toegeven, dat ze wel wil verhuizen. Na een jaar is dat ook daadwerkelijk gebeurd.

Bij Hanna hebben de interviewgesprekken reflectie teweeggebracht over de periode van haar vaders ziekte. Over de rol van haarzelf, van haar moeder en haar zus.

Hanna: “Ik kan nu van harte zeggen dat ik dit hele proces niet had willen missen. Het heeft mij, naast al het verdriet, veel gegeven. Ik begrijp nu meer en het helpt dat ik daardoor anderen meer nabij kan zijn.”

Nabeschouwing
Joke: “Wat mij dit interview met Hanna vooral heeft geleerd is, dat in een dergelijke ingrijpende periode er sprake is van complexe tegenstrijdigheden. Dat maakt het ook zo verwarrend, al die gevoelens tegenover rationeel (moeten) handelen. Vader moet worden weggebracht naar het verpleeghuis, maar daar aangekomen wil je hem meteen mee terugnemen. En in de beginperiode ‘weten’ allen dat er iets mis is, maar het lijkt wel een taboe om er met elkaar over te praten. Want door te praten gaat het echt bestaan. Alle betrokkenen beleven de periode op eigen wijze. Dat geeft soms ook strubbelingen, waardoor je het gevoel krijgt mis te grijpen bij elkaar. Er ontstaat eenzaamheid in een tijd, waarin je elkaar juist zo nodig hebt. Zo zijn er nog vele aspecten te noemen met het overlijden als meest ingrijpende. Man en vader overlijdt, degene van wie je zoveel houdt, wetend dat het ‘goed’ is, al voelt het anders.”

Dit is het laatste deel van het vervolgverhaal over de ervaringen van mantelzorger Hanna van Veenendaal, verteld door Joke Werner van praktijk ZinInZicht.  (Lees hier het begin)
Als geestelijk verzorger van een verpleeghuis bezoekt Joke jarenlang de bewoners. Ze ontmoet ook hun partner, zoon, zuster of dochter. Het valt haar op hoe deze mantelzorgers vol liefde hun naaste verzorgen. Joke ziet dat ze geplaagd worden door schuld en schaamte, omdat ze de zorg thuis niet meer aankonden. Ze besluit hun ervaringen op te schrijven en te delen, zodat er meer begrip en herkenning komt voor de vier miljoen mantelzorgers die ons land telt.