Blog: Dit heeft hij niet verdiend

Zelden neem ik mijn werk mee naar huis. Maar aan jou bleef ik denken. Zoals je daar in je bed lag. Je kon niet praten. Je kon niet slikken. Je begreep ook niet zo veel meer. Je kon eigenlijk alleen nog maar liggen.

Maanden terug had je een zware beroerte gehad met forse schade als gevolg. Al die tijd lag je in het ziekenhuis. Nu was het moment aangebroken dat je naar het verpleeghuis ging. Op een vrijdagmorgen kwam je bij ons binnen. ’s Middags stond ik al aan je bed, gewaarschuwd door een verpleegkundige die me vertelde over jouw droeve situatie.

Ik maakte kennis met je vrouw, die al maanden het gevoel had in een boze film beland te zijn. “Dit is toch geen leven zo”, zei ze met tranen in haar ogen. “Dit heeft hij niet verdiend.” Ik knikte begrijpend.  Het is fantastisch dat de medische zorg in ons land zo goed is, maar het heeft een keerzijde. Er blijven tegenwoordig mensen in leven van wie je je afvraagt of ze niet beter hadden kunnen sterven.

‘Dit is toch geen leven zo’

Je was nog maar goed en wel zeventig jaar. Wie weet hoeveel jaren je nog te gaan had, daar in dat bed. Zou je dat zo wel gewild hebben? We konden het je niet meer vragen. Je trok wel vaak je sondevoeding uit je neus. Was dat omdat het kriebelde? Of wilde je daarmee zeggen dat het voor jou niet meer hoefde? Machteloos keken we toe….

In het weekend erna kwam je geregeld voorbij in mijn gedachten. Ik probeerde het los te laten maar dat lukte me niet goed. Je situatie was zo uitzichtloos…

Toen ik maandag weer op het werk verscheen en mijn computer aanzette stond ik perplex; ik las dat je was overleden. Je had plotseling een longontsteking gekregen en dat kon je lijf niet meer aan. Wat was ik daar opgelucht over, ondanks het verdriet om de man die tot een half jaar eerder nog midden in het leven stond. Ik kon hier maar één woord voor bedenken: genade.column waken

Gastblogger Marieke Schoenmakers is geestelijk verzorger bij zorgorganisatie De Riethorst Stromenland (Noord-Brabant)

Lees hier de vorige blog van Marieke Schoenmakers: Gelukkig mocht Memphis mee