Ben Jolink: ‘Ik wil wat doen, maar ik weet niet wat’

Ben Jolink, de onverschrokken voorman van de Achterhoekse boerenrockband Normaal, weet zich naar eigen zeggen moeilijk een houding te geven bij een ongeneeslijk zieke dierbare. “Ik sta er als een onbeholpen sukkel bij, en ik haat mezelf erom.”

Toen Jan Manschot, medeoprichter en oud-drummer van Normaal, medio 2012 ongeneeslijk ziek werd, kwam dat voor Jolink als een enorme schok. “Jan en zijn vrouw Irma kwamen langs om het te vertellen. Jan had een epileptische aanval gehad en was naar het ziekenhuis gegaan voor onderzoek. Bleek dat hij een hersentumor had van het kwaadaardigste soort. Hij had nog maximaal een jaar te leven. Twee jaar heeft hij het nog volgehouden. Jan was zo optimistisch, zo positief. Ik wist nooit wat ik tegen hem moest zeggen, soms ging ik echt met lood in de schoenen naar hem toe. Dan kwam ik daar en dan beurde Jan me weer helemaal op. Ging hij mij troosten! Jan was altijd opgewekt en totaal niet zielig. Als je vroeg: ‘Jan, hoe is het nou?’ Dan zei hij: ‘Geweldig! Ik word omringd door liefde.’ Fantastisch mooi vond ik dat.”

‘Ik wist nooit wat ik moest zeggen’

Rustig doodgaan
Het gevoel van machteloosheid overheerste ook tijdens de laatste levensweken van zijn ouders. “Mijn vader is overleden op zijn 91e, mijn moeder is 86 jaar geworden. Het laatste stuk van hun leven was verschrikkelijk, dat gun ik niemand. Euthanasie? Volgens mij werkt dat helemaal niet. Daar moeten allerlei artsen zich mee bemoeien, de huisarts kan in de problemen komen, dat vind ik zo verkeerd. Mijn vader is gewoon gestopt met eten en drinken. Mijn moeder zat in een zorghotel, dat vond ze verschrikkelijk. De dokter vroeg: ‘Maar mevrouw Jolink, wat wilt u dan?’ Ze zei: ‘Gewoon rustig doodgaan.’ Dat vond ik afschuwelijk om te horen. Mijn moeder was een heel intelligente, wat cynische vrouw. ‘Wanneer word jij eindelijk eens volwassen’, vroeg ze een paar weken voor haar dood. ‘Nou ma’, zei ik, ‘dat ga jij niet meer meemaken.’ Op zo’n moment schiet me dan gelukkig nog iets te binnen waar we allebei om kunnen lachen. Dat niks kunnen doen, die machteloosheid, dat is het ergste. Mijn vrouw zit heel anders in elkaar. Die helpt, die is praktisch bezig. Die sleept dingen aan, ruimt wat op, die doet gewoon wat. Ik sta er als een onbeholpen sukkel bij en ik haat mezelf erom.”

‘Euthanasie? Volgens mij werkt dat helemaal niet’

Nooit bang
Of hij door zijn kwakkelende gezondheid zelf bang is geworden voor de dood? “Ik ben nooit bang. Dat heeft denk ik te maken met mijn vader, die zat in de oorlog in het verzet. Ik ben opgegroeid met die Tweede Wereldoorlog. Verhalen over dat mensen bang waren, bang om Joden in huis te nemen, bang voor alles. Ik heb mezelf aangewend om nooit bang te zijn. Als kind op de lagere school was ik altijd roverhoofdman of indianenopperhoofd. Ik durfde alles. Als ik van de motor afdonder en ik breek een been, dan komt het totaal niet in mij op om het wat kalmer aan te gaan doen. Ik ben ook helemaal niet bang om dood te gaan. Ik heb er geen haast mee hoor, maar ik heb alles al meegemaakt. Na de dood is er niks, daarvan ben ik overtuigd. Als je dood bent, dan ben je voor de pieren.”

Dit is een beknopte weergave van het interview met Ben Jolink in Pal voor u magazine 5.